Trampoline

Binnen Gym-Harop bieden we Minitrampoline, Dubbele minitrampoline en Trampoline aan op recreatief niveau en op wedstrijdniveau de trampoline.  Je kan enkel in een wedstrijdploeg terecht komen door een persoonlijk overleg met de desbetreffende trainers. Wat is nu het verschil tussen deze verschillende toestellen?

Minitrampoline (vanaf 8 jaar)

minitrampoline

In elke turnvereniging amuseren de recreanten zich rot op dit toestel. In de topsport wordt de mini enkel gebruikt als voorbereiding op moeilijke delen en afsprongen. Eén ding staat vast: de mini is nog lang niet uitgestorven of opzij geschoven door de dubbele mini. Dus springen maar!

Dubbele minitrampoline (DMT) (vanaf 8 jaar)

dubbel minitrampolineDit is een grotere verse van de mini maar een veel kleinere versie van de grote trampoline en bestaat uit 2 delen: een lichthellend vlak, vergelijkbaar met een gewone minitrampoline met direct aansluitend een tweede recht en smal vlak dat langer is. Het is een springtoestel dat veel vaardigheid eist want de sprong in het eerste vlak moet altijd goed zitten zodat de sprong in het tweede vlak feilloos kan uitgevoerd worden. Springen op een dubbele mini is uitdagend en vraagt de nodige durf, coördinatie en beheersing. Tijdens wedstrijden moeten de gymnasten 2 verschillende reeksen uitvoeren in de voorrondes en nog eens één verschillende reeks in de finale, maar voorlopig is er nog geen wedstrijdploeg DMT binnen Gym-Harop.

Trampoline 

(vanaf 8 jaar en vanaf 6 jaar enkel voor geselecteerden uit andere trainingsgroepen)

trampoline

De trampoline is een toestel waarbij je op een grote geveerde mat moet springen, zowel standsprongen, salto’s als schroeven. De trampoline bestaat uit een metalen frame van 1,15 meter hoog met een lengte van 4,58 meter en een breedte van 2,91 meter, met daarop het springbed gespannen met 118 stalen veren. Het springbed is een geweven vlak met dunne banden (4 en 6 mm). Ter bescherming is er over de veren een zachte blauwe rand geplaatst.

Een wedstrijd bestaat uit 3 series van 10 sprongen, 2 in de voorronde en 1 in de finale. Een serie bestaat uit tien achtereenvolgende sprongen. In de eerste serie moeten verplichte sprongen worden uitgevoerd. De tweede en derde serie mogen eigen keuze sprongen bevatten, hierbij geldt dat hoe hoger de moeilijkheidsgraad van de sprong is des te meer punten je kunt behalen. Na de eerste series gaan de beste door naar de finale. De punten van de finale worden samengeteld met de punten van de voorronde.

Bij een wedstrijd word je beoordeeld door een jury. 4 juryleden beoordelen de uitvoering en 2 juryledne bhoordelen de verplaatsingen op de trampoline en de moeilijkheid van je reeks. Verder wordt ook nog je hoogte gemeten. Al deze elementen tellen mee voor je eindscore.

trampoline 1 trampoline 2